Oud 2CV, linker voorspatbord, zonder uitsparing voor de richtingaanwijzer, met uitsparing voor de
uitlaatluchtslangen (motorkoeling). Voor Citroën 2CV van de eerste bouwjaren, die alleen zijknipperlichten op de C-stijl hebben.
uitlaatluchtslangen (motorkoeling). Voor Citroën 2CV van de eerste bouwjaren, die alleen zijknipperlichten op de C-stijl hebben.
uitlaatluchtslangen (motorkoeling). Voor Citroën 2CV van de eerste bouwjaren, die alleen zijknipperlichten op de C-stijl hebben.
één rubberen buffer (16540). Of. Nr. A85170. Gemaakt in Duitsland.
gemonteerd in de plaat (16540). Of.nr.A85165.
(onder de richtingaanwijzers) + voorspatbord achter (boven de spatlappen). Daarnaast aan de voorkant van de achterspatborden. Dus 1 complete set voor de 2CV. Materiaal: gepolijst gegoten aluminium
slinger aan de binnenkant van het spatbord bevestigd. Deze clips kunnen ook achteraf worden gemonteerd op alle nieuwere 2CV's.
vervanging van de vaak verroeste platen. Gemaakt in Duitsland.
Geschikt voor Citroen 2CV.
de eerste 2CV-modellen. Dit voorkomt beschadiging van de lak als de moer wordt vastgedraaid!
tot 1990. De moer is gegalvaniseerd en heeft een breder contactoppervlak.
de spatlap weer gemonteerd worden met de originele holle klinknagels. Prijs per stuk! (8 popnagels zijn nodig voor één voertuig).
uiterlijk van de holle klinknagel wanneer deze is gemonteerd. Voor de perfectionisten onder jullie! (maar het werkt ook met een hamer, ziet er alleen niet zo mooi uit!)
de spatlappen). Geschikt voor Citroen 2CV, alle bouwjaren. Materiaal: Gepolijst gegoten aluminium.
het spatbord. Geschikt voor Citroen 2CV, alle bouwjaren. Materiaal: gepolijst gegoten aluminium.
Dyane, voor bevestiging van de voorspatborden + Renault R4. Reproductie gemaakt van roestvrij staal. Verschilt optisch iets van de originele schroef. Afmetingen: 6,3x19
2CV, tot modeljaar 1961, origineel van MCC France.
Gedurende de lange productietijd van 1948 tot 1990 bood Citroën voor de 2CV verschillende modellen spatborden aan, die voornamelijk verschilden door de integratie van richtingaanwijzers.
Tot het bouwjaar 1961 had de 2CV geen richtingaanwijzers op de spatborden. Bij deze modellen is de richtingaanwijzer bovenaan de C-stijl aan het dak bevestigd.
Bij de 2CV's van Belgische productie vanaf bouwjaar 1961 zijn de richtingaanwijzers rechthoekig. Vanaf juni 1965 werd ook de in Frankrijk geproduceerde 2CV geleverd met rechthoekige knipperlichten in de spatbord. Pas in april 1970 werd overgeschakeld op ronde knipperlichten, die tot de stopzetting van de productie in 1990 in het assortiment bleven. Aanvankelijk werden grijze kunststof houders voor de knipperlichten gebruikt, in de jaren tachtig vervolgens zwarte kunststof houders.
Houd er rekening mee dat bij het demonteren van het spatbord de stroomvoerende kabel aan de motorzijde van de lampenboom of de koplampdrager moet worden losgekoppeld. In veel gevallen werd een aparte aardingskabel gebruikt, die ofwel aan het spatbord, aan de schroefverbinding of aan het frame is aangesloten.
De voorspatborden van de 2CV zijn met 4 moeren bevestigd. Twee moeren bevinden zich op de koplampdrager, één onderaan de A-stijl en één bovenaan de motorwand. Daarnaast zijn de spatborden aan het frame bevestigd met telkens twee rubberen bevestigingen of rubberen vorken, één voor en één achter de aandrijfas.
Bij oudere 2CV's tot bouwjaar 1961 ontbreken de gaten voor de richtingaanwijzers, omdat deze destijds niet wettelijk verplicht waren. Bovendien hebben oudere 2CV's geen gaten voor de koelluchtafvoer in de binnenspatborden, omdat deze functie in die tijd nog niet was voorzien.
Een kenmerk van de spatborden voor voertuigen met een golfplaatmotorkap zijn kleine afschermplaatjes aan de bovenste achterste spatbordbevestiging. Deze dienen om een opening af te dekken die anders zou ontstaan tussen de zijwangen van de motorkap en het spatbord. Bovendien wordt de spatbordbevestiging hier niet in rubberen vorken op het chassis uitgevoerd, maar in een metalen houder met ronde rubbers.
Bij de demontage kunnen er krassen op de spatborden ontstaan door de buitenste hoeken van de voorste bumpers. Ter bescherming tegen krassen moet er een doek over de hoeken van de bumpers worden gelegd.
Voor het demonteren van de voorste spatborden moeten de driehoekige platen worden verwijderd. Deze zijn bevestigd met drie M5-schroeven.
Koppel de pluskabel van de richtingaanwijzer los. De stroomtoevoer vindt plaats bij de lamphouder en kan daar worden losgekoppeld (ronde stekker).
U moet ook de aardverbinding van het spatbord loskoppelen (in de originele uitvoering loopt de aardkabel van de richtingaanwijzer naar een M7-schroef op het chassis, waarmee ook de bumperhouder is vastgeschroefd).
Draai nu 2 moeren aan de lamphouder onder en boven los, evenals 1 moer aan de motorvoorkant, en verwijder de vierde moer op de hoek van de dorpels en de A-stijl. De moeren hebben een sleutelwijdte van 19 mm en kunnen met de krikkruk worden losgedraaid.
Kantel eerst de spatborden aan de bovenrand naar buiten en til ze vervolgens in een hoek van 45° schuin omhoog over het voorwiel.
De montage gebeurt in principe in omgekeerde volgorde van de demontage. Daarnaast moet de onderrand van het binnenspatbord in de rubberen houders op het frame worden geplaatst. Vervolgens wordt de bovenrand van het spatbord naar binnen gekanteld.
Zorg ervoor dat de koelluchtafvoer (afvoerslang) correct is gemonteerd op de warmtewisselaar en de spatborddoorvoer.
Let, indien aanwezig, op de juiste bevestiging van de rubberen flappen voor de spoorstang- en uitlaatdoorvoer (bij de laatste 2CV-modellen van bouwjaar 1988 tot 1990).
Voordat nieuwe plaatwerkonderdelen worden gelakt, moeten ze proefmonteren op de auto en indien nodig worden aangepast.
Dit geldt niet alleen voor Citroën, maar ook voor andere autofabrikanten.
De aardverbinding van de richtingaanwijzer wordt deels gerealiseerd via een kabel in de wielkast, die rechtstreeks van de richtingaanwijzer naar het chassis loopt. Op deze plek kan een scheidingspunt met steekcontacten of kabelschoenen worden aangebracht. Een andere optie is het doorvoeren van de aardkabel door de beschermbuis, parallel aan de voedingskabel, tot aan de lamphouder en daar de aardverbinding tot stand te brengen via een steekcontact.
In sommige gevallen is de aardverbinding direct vanaf de knipperlichtbehuizing naar het spatbordplaatwerk geleid. Er kunnen contactproblemen optreden als de overgangsweerstanden tussen het spatbord, de lamphouder of de carrosserie te groot zijn. In dit geval kan het contact worden verbeterd door een plek bij een schroefverbinding bloot te houden, of door een extra aardkabel parallel aan de voedingskabel aan te leggen.